Niet over ons zonder ons

Gepubliceerd op
26/8/2025

Niet over ons zonder ons

Ann Milis voert al jaren een kruistocht voor het betrekken van ervaringsdeskundigen bij het armoedebeleid. Zorgeloze Jérôme Duchateau is één van hen. Hij ging haar opzoeken voor een gesprek over armoede en hoe het samen met de doelgroep te bestrijden.

We treffen Ann op de bankjes voor ‘Vrienden van het Huizeke’, de vereniging waar armen het woord nemen op het Vossenplein in het hart van de Brusselse Marollen.


Ann: “Dagelijks is ons onthaal open van twee tot vijf. Dan kunnen mensen hier terecht om een tas koffie te drinken en een babbelke te slaan. Er komt divers volk over de vloer. Mensen uit de Marollen, maar ook van elders in Brussel, mensen zonder wettig verblijf, daklozen, mensen die eenzaam zijn, … Maar je moet niet specifiek in armoede zitten, iedereen is hier welkom.”

Intussen helpt Ann mensen met heel uiteenlopende vragen. “Als mensen problemen hebben met de VDAB of iets anders, dan bekijk ik hun documenten, doe een paar telefoons, zoek uit waarover het precies gaat en wat de consequenties zijn voor de mens die voor me zit. Al moet ik hier een uur of twee uur met die mens zitten, die gaat niet buiten voor hij snapt wat er gebeurt, wat hij kan doen en wat niet. En als ik niets meer kan doen dan zeg ik dat eerlijk. Of ik ga mee met een alleenstaande mama die even in het ziekenhuis moet worden opgenomen. Dan kan ik haar achteraf uitleggen wat de dokter heeft gezegd. Intussen kijk ik mee voor een oplossing voor de kinderen.”

Van mijn miserie mijn job

Negentien jaar al werkt Ann voor de Vrienden. “Als ervaringsdeskundige. Ik heb van mijn miserie mijn job mogen maken”, zegt ze. Maar Ann staat niet alleen met de voeten in de Brusselse modder. Ze ging zich ook engageren binnen BAPN, het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding, en EAPN, het European Anti-Poverty Network, waar de 27 lidstaten van Europa vertegenwoordigd zijn.

“We komen een keer per jaar samen. Elk land vaardigt dan twee ervaringsdeskundigen en een begeleider af. Vorig jaar was dat in Brussel, Jérôme was er toen ook bij. In werksessies per thema werken we adviezen uit voor de Europese beleidsmakers. Dat is niet altijd makkelijk. In verschillende Europese landen wordt armoede op een andere manier ervaren, wordt er anders naar armoede gekeken, ook door het beleid. Dan leer je dat in vergelijking met bijvoorbeeld Polen of Roemenië er in België al heel veel is, het zou alleen meer gestructureerd en op de lange termijn moeten worden aangepakt.”

Wat kan je als individu op zo een hoog niveau bijdragen ?

“Als ervaringsdeskundige zie ik het ook daar als mijn taak om tegen dat beleid te blijven herhalen dat, als ze aan armoedebestrijding willen doen, ze bij mensen in armoede moeten bevragen wat hen op lange termijn uit de armoede zou helpen. Want de maatregelen die zij installeren, met alle goede bedoelingen die ze ook mogen hebben, zijn niet op hen afgestemd.”

Van mijn miserie mijn job

Negentien jaar al werkt Ann voor de Vrienden. “Als ervaringsdeskundige. Ik heb van mijn miserie mijn job mogen maken”, zegt ze. Maar Ann staat niet alleen met de voeten in de Brusselse modder. Ze ging zich ook engageren binnen BAPN, het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding, en EAPN, het European Anti-Poverty Network, waar de 27 lidstaten van Europa vertegenwoordigd zijn.

“We komen een keer per jaar samen. Elk land vaardigt dan twee ervaringsdeskundigen en een begeleider af. Vorig jaar was dat in Brussel, Jérôme was er toen ook bij. In werksessies per thema werken we adviezen uit voor de Europese beleidsmakers. Dat is niet altijd makkelijk. In verschillende Europese landen wordt armoede op een andere manier ervaren, wordt er anders naar armoede gekeken, ook door het beleid. Dan leer je dat in vergelijking met bijvoorbeeld Polen of Roemenië er in België al heel veel is, het zou alleen meer gestructureerd en op de lange termijn moeten worden aangepakt.”

Wat kan je als individu op zo een hoog niveau bijdragen ?

“Als ervaringsdeskundige zie ik het ook daar als mijn taak om tegen dat beleid te blijven herhalen dat, als ze aan armoedebestrijding willen doen, ze bij mensen in armoede moeten bevragen wat hen op lange termijn uit de armoede zou helpen. Want de maatregelen die zij installeren, met alle goede bedoelingen die ze ook mogen hebben, zijn niet op hen afgestemd.”

Het is al heel lang een stokpaardje van Ann. Armoedebeleid moet worden uitgewerkt samen met de mensen waar het over gaat. De opleiding ervaringsdeskundige in de armoede en de sociale uitsluiting moest dit mee mogelijk helpen maken. Daar worden mensen die zelf ervaring hebben met armoede en sociale uitsluiting opgeleid om de brug te slaan tussen de ‘doelgroep’, de professionals in het werkveld en het beleid. Voor dat laatste is Jérôme erg kritisch: “Ik heb vaak het gevoel dat wij dingen zeggen, dat wij advies geven, maar dat daar niets mee wordt gedaan.” Ann: “Je moet voorzichtig zijn als je zegt, ‘ze doen niets’. Als ik kijk naar negentien jaar geleden en nu, daar zijn wel dingen veranderd. Denk aan de maximumfactuur voor het kleuter- en lager onderwijs. Maar dat zijn inderdaad muizenstapjes, en soms ga je vijf stappen vooruit, komen er nieuwe beleidsmakers en ga je daarna weer vijf stappen achteruit.”


Jérôme: “Pas als er minder en minder mensen om hulp zouden vragen, zijn ze goed bezig. De armoedecijfers zouden moeten dalen als het beleid echt werkt.”


Ann: “Ik versta dat je dat gevoel hebt. De armoede hier in Brussel stijgt. Veel mensen hebben ook meer verschillende problemen dan vroeger. Tussen de vele daklozen zijn er bijvoorbeeld veel mensen met psychische problemen. Als je voor hen vangnetten wil zoeken zijn de wachtlijsten enorm. Tegen dat het uwen toer is, is het kalf al zes keer verdronken.”

Niet wachten

“Je moet niet altijd wachten op het beleid. Je moet aantonen, kijk, dit werkt. Hier in het Huizeke hebben we vier ‘schoolpoortwerkers’. We staan aan de schoolpoorten om ouders te ondersteunen, wegwijs te maken in wat een zorgoverleg is, wat te doen als het CLB hen contacteert omdat er een leerprobleem is, … Dat samen doen met die mensen, dat is heel belangrijk, mensen erkennen in hun mens-zijn. Je merkt dat als je de stress van de ouders wegneemt, het kind ook minder stress ervaart en zich veel beter kan concentreren op het schoolse gebeuren. Ik ben zelf begonnen met drie gasten waarvan werd gezegd dat die nooit hun middelbaar gingen afmaken. Een is vorig jaar afgestudeerd op de VUB als econoom, de ander is zijn laatste jaar bezig voor kinesist en ene is maatschappelijk werker geworden. Wij zijn dit project begonnen in 2015. Omdat ouders en scholen dat nodig hadden. Volledig autonoom. We zijn giften gaan zoeken, hebben bedelbrieven rondgestuurd. Na een paar jaar begrepen de beleidsmakers hoe belangrijk ons werk was. Ze vroegen, wat is uw droom ? Ik zei, ik zou heel graag hebben dat dat geïnstalleerd wordt in alle Brusselse scholen. En nu, op dit moment, zijn we er bijna.”

“Voor een ander project hebben we huisvesting georganiseerd voor dakloze tbc-patiënten die van straat worden geplukt en geïsoleerd tot ze niet meer besmettelijk zijn. Daarna moeten ze nog een tijdje hun behandeling verderzetten, terwijl ze nergens naartoe kunnen. Dus hebben we een huis ter beschikking gekregen van iemand privé waarin ze kunnen verblijven tot ze helemaal genezen zijn. Soms moet je dus eerst aantonen dat wat je doet wérkt – want wij hebben honderd procent genezing – vooraleer het beleid volgt.”

Jérôme: “Deze voorbeelden waar burgers en werkkrachten het initiatief nemen, is dat niet de taak van het beleid om dat te doen ? Dat jij die dingen bedenkt en doet, jij zou hun pree moeten hebben, je doet hun werk.”

Ann: “Dat is nog een ander ding. Jij doet ook heel veel, Jérôme. Ik ook, maar ik ben betaald. Ik ben hier in het Huizeke een van de collega’s maatschappelijk werkers. Ik heb de kans gekregen om met mijn ervaring professioneel iets te doen. Maar ik ben, over gans België, een van de weinige ervaringsdeskundigen die effectief gelijkwaardig deel uitmaken van zo een team. Terwijl ik heel veel jonge talenten zie, ervaringsdeskundigen, mensen die armoede beleefd hebben of nog steeds in een precaire situatie zitten, geschoold of niet geschoold, die die kans niet krijgen, die in plaats te pas en te onpas gebruikt worden. Waarom kunnen zij niet gelijkwaardig worden ingeschakeld en betaald, niet alleen in de sociale sector, maar ook in de ziekenhuizen, mutualiteiten, bedrijven, … ik zou ze overal op de personeelsdienst willen zien. Maar daar zijn we nog niet. Daarom wil ik ook een dossier schrijven naar alle partijen met beleidsvoorstellen om dat beroep erkend te krijgen.”

Waar zit het probleem ?

“Bij hoe er wordt gedacht over ervaringsdeskundigen. Dat is iemand die uit de armoede komt. En wat is het algemeen beeld van iemand die moet gaan aankloppen bij het OCMW ? Dat moet wel een dikke stommerik zijn, die heeft het verkeerd aangepakt. Wel, al die vooroordelen over mensen in armoede plakken op het hoofd van de ervaringsdeskundigen. Ze worden te weinig au sérieux genomen. Er wordt te weinig oprecht naar hen geluisterd.”

Jérôme: “Ik vind luisteren onvoldoende. Politici moeten gehoorzamen. Ze moéten de mensen een menswaardig leven kunnen garanderen. Mijn argument is, ‘wij zijn uw werkgever’. De bevolking betaalt uw loon.”


Ann: “Ze kijken toch door een heel andere bril naar de wereld dan wij. Meer vanuit een middenklassedenken, met te weinig kennis van de realiteit van mensen in armoede. Daarom hebben we samen met het Netwerk tegen armoede en het Brussels Platform Armoede het initiatief genomen om een minister mee te nemen langs verschillende organisaties en mensen in armoede. Omdat hij de armoede aan den lijve wou ondervinden. Ik heb drie dagen met hem rondgelopen in Brussel. Zo ging hij een mama helpen om de kinderen klaar te krijgen om naar school te brengen. Wassen, aankleden, de brooddoos maken. Het zijn initiatieven waarmee we hopen meer inzicht te geven in de realiteit van veel mensen die in moeilijke omstandigheden leven.”


Jérôme: “Waar blijf je je motivatie halen ? Er zijn er veel die opgeven, en jij niet.”


Ann: “Ons moeder zei altijd, ‘Ik heb vijf kinderen en de koppigste dat zijde gij’. Ik wil toch wel blijven hameren tot de dingen veranderen. Ik heb nu bijna alle schoolpoortwerkers die ik wou in Brussel. Dat van die ervaringsdeskundigen, ik wil dat dat er ook doorkomt. Op federaal vlak.”


Jérôme: “Wat jij doet is tonen dat het wel kan. Het gaat over het woord ‘strijden’. Je moet niet opgeven.”


Ann: “Mensen in armoede moeten beseffen dat, als ze samenwerken met maatschappelijk werkers, psychologen, mensen in het onderwijs, maar ook beleidsmakers, dat je dan samen dingen kan verwezenlijken. Maar je moet mekaar tegenkomen en durven met mekaar in dialoog gaan. Daarom doe ik mijn beleidswerk ook graag, omdat ik weet, hoe klein de impact ook is, ze is er wel.”

interview Jérôme Duchateau en Joon Bilcke

MENSWAARDIG

menswaardig leven is niet de armen coupons geven

menswaardig leven is niet een tweedehandsleven

menswaardig leven is mensenrechten respecteren

menswaardig leven is gelijkheidshoop geven

menswaardig leven is niet Orwelliaans beven

menswaardig leven is niet in een schimmelhuis leven menswaardig leven

is ook niet gelijk ne minister teren

menswaardig leven is iedereen respect geven

menswaardig leven is mens aardig leven

mens waarde, mens aarde, mens aardig

Jérôme Duchateau